Na zorgvuldig uitvlooien van de begrotingscontrole 2010 kan Open Vld duidelijk aantonen dat deze Vlaamse Regering haar verantwoordelijkheid ontvlucht en Vlaanderen opnieuw met de slechte gewoonten van een ver verleden confronteert, nl. het opbouwen van nieuwe schulden en het bezwaren van de toekomst. De volgende generaties belastingbetalers zullen het gelag betalen.
Tien concrete elementen tot bewijs van deze stelling:
1. De Vlaamse Regering geeft geld uit dat er niet is
Het volstaat om de ontvangsten te vergelijken met de beleidskredieten of de betaalkredieten om tot de conclusie te komen dat Vlaanderen ruim boven zijn stand leeft en ver boven zijn betalingscapaciteiten zit. In de budgetcontrole 2010 zijn er voor 22,7 miljard euro ontvangsten, terwijl er voor 25,1 miljard euro beleidskredieten en voor 24,7 miljard betaalkredieten voorzien worden.
2. Het tekort voor 2010 groeit verder aan met 155 miljoen euro
Het tekort evolueert van -1,173 mia. € (begrotingsopmaak 2010) naar -1,328 mia. € (budgetcontrole 2010). Dat betekent een tekort van 5,8% ten opzichte van de ontvangsten.
3. Nieuwe schuldenopbouw
De schuld neemt in razendsnel tempo toe en dat staat ook zo onverkort in de Algemene Toelichting bij de begrotingscontrole te lezen: “In het jaar 2010 zal de directe schuld van de Vlaamse overheid verder toenemen. In de huidige prognose zal de Vlaamse overheid 1,1 miljard euro extra lenen op lange termijn in 2010 omwille van het te verwachten ESR-tekort, de in de begroting afgesproken kapitaalparticipaties en het consolideren van het tekort op de financiële rekening.“ Dat staat in schril contrast met de aangehouden inspanningen in het verleden die uiteindelijk hadden geresulteerd in een schuldenvrij Vlaanderen!
4. Men voert een beleid zonder facturen te betalen
Tegenover de voorziene beleidskredieten worden er onvoldoende betaalkredieten ingeschreven. Dit betekent in mensentaal dat de Vlaamse regering in 2010 beleid gaat voeren maar geen enkele factuur daarvan gaat betalen (8 mio. onderhoud wegen, 12 mio. scholenbouw, 3 mio. sociale woningen, 15 mio. wegwerken wachtlijst restauraties, 15 mio. herdenking WO I).
Bijvoorbeeld op het vlak van onroerend erfgoed riskeren we daardoor terug te keren naar de periode-Sauwens waarbij men soms tot 20% meer beleidskredieten inschreef dan er betaalkredieten voorzien waren. Hierdoor moesten zijn opvolgers jarenlang betalen om zijn achterstand in het betalen van facturen weg te werken. In totaliteit gaat het in deze begroting om ongeveer 500 mio. hogere beleidskredieten dan betaalkredieten. Het kan evenwel ook anders: in de vorige beleidsperiode opteerde men bewust voor ongeveer 200 mio. euro hogere betaalkredieten dan beleidskredieten om betaalachterstanden te vermijden.
5. Jarenlang opgebouwde reserves worden aangetast
De reserves worden afgebouwd. Meest in het oog springend zijn de reserves binnen het Zorgfonds die nu reeds worden aangesproken, terwijl de grootste noden zich pas vanaf 2015 zullen gaan manifesteren. Jarenlang aangehouden inspanningen worden met andere woorden opgesoupeerd.
6. Afspraken worden niet gehonoreerd
Voor de tweede keer op rij slaagt Vlaanderen er niet in de afgesproken begrotingsdoelstellingen te realiseren: het afgesproken “toegelaten” tekort voor 2010 bedroeg 493,3 mio. €, maar de budgetcontrole maakt nu al gewag van een tekort van 495,1 mio. €. Bovendien laat alles vermoeden dat het uiteindelijke tekort nog groter zal zijn. Het is trouwens kenschetsend dat de huidige Regering en haar Minister van Begroting zelfs nog niet de moeite doet om dit gat van 1,8 mio. euro te dichten. Ter herinnering : bij de vorige begroting in 2009 was de afspraak omtrent het toegelaten tekort 996,98 mio. euro en heeft men afgesloten met een tekort van 1,2 mia. €. Dat belooft…
7. Een onrealistische onderbenuttiging moet besparingen overbodig maken
De cijfers inzake onderbenuttiging zijn onrealistisch hoog: men hanteert een cijfer van 456 mio. euro (daar waar men tijdens de vorige legislatuur maximaal tot bedragen ging van 220 mio. euro). Het heeft er alle schijn van dat deze hoge cijfers qua onderbenuttiging als enige doel hebben te vermijden dat men moet kiezen voor het alternatief van harde besparingen.
8. De reeds ingevoerde besparingen op innovatie worden niet teruggeschroefd
Men kondigt in 2010 voor 140 mio. euro kapitaalparticipaties aan in het kader van Onderzoek en Ontwikkeling (O&O). Behoudens het feit dat er grote onduidelijkheid is 1) over de ESR-neutraliteit daarvan of 2) de wijze waarop deze participaties gaan gefinancierd worden en 3) waarin precies gaat geparticipeerd worden en 4) of dit allemaal zal kunnen rondgemaakt worden in het nog resterende deel van het jaar, is het wel duidelijk dat het niet gaat om het terugdraaien van de fel gecontesteerde besparingen op het IWT.
9. De rentelasten duiken weer op
Voor het eerst zien we opnieuw 186 mio. euro rentelasten opduiken, nadat deze onder druk van Open Vld in het verleden tot nul waren herleid. Ter vergelijking : bij aanvang van de regeringsdeelname van Open Vld was ongeveer 400 miljoen aan rentelasten jaarlijks te voorzien.
10. Het voorziene begrotingsoverschot in 2013 is gebaseerd op een onrealistische groeiprognose
In de meerjarenbegroting is er pas een begrotingsoverschot voorzien vanaf 2013. Maar wanneer men de groeipercentages bekijkt (telkens 2,1 of 2,2% per jaar tussen 2012 en 2014) en deze afzet tegen de laatst gekende cijfers over de evolutie van het BBP (+ 0,8% in 2008 en -3,0% in 2009) dan zou de meerjarenbegroting wel eens zeer onrealistisch kunnen blijken te zijn.
Moraal van het verhaal…
De analyse van de budgetcontrole laat geen andere conclusie mogelijk dan dat het van kwaad naar erger gaat met deze regeringscoalitie en deze begrotingsminister. Van een schuldenvrij Vlaanderen gaan we weer naar een Vlaanderen met onbetaalde facturen, oplopende schulden en grotere tekorten. Men deinst er niet voor terug om afspraken naast zich neer te leggen, verwezenlijkingen van het verleden ongedaan te maken en de toekomstige begrotingen te bezwaren. Dat heet het ontvluchten van de verantwoordelijkheid en zijn toevlucht nemen tot “gemakkelijkheidsbeleid”.